Een bewuste keuze
Het was geen impulsieve wens. Ruben zag in de melkrobot meer flexibiliteit, meer vrijheid in de dagindeling en een toekomstbestendige manier van werken. En zo startte de zoektocht samen met zijn ouders, Henk en Hermien Hunneman, naar de geschikte melkrobot.
De familie ging daarbij niet over één nacht ijs. Drie grote merken werden uitgenodigd om hun melkrobot te presenteren. Daarnaast bezochten Ruben en zijn familie meerdere melkveebedrijven om ervaringen uit de praktijk op te halen. Die praktijkbezoeken gaven een goed beeld. Hoe reageren koeien? Wat vraagt het systeem van de boer? Wat gaat er in de praktijk wél en niet soepel?
“We zijn bij vijf verschillende melkveebedrijven gaan kijken met verschillende merken. Mijn advies aan collega’s is om niet op één bedrijf af te gaan. Het maakt veel uit wat voor melkveehouder je spreekt. Daarom is het belangrijk om verschillende ervaringen naast elkaar te leggen.”
Waarom GEA?
Tijdens de vergelijking vielen voor het drietal twee aspecten voor direct op: de manier waarop de spenen van de melkrobot gereinigd worden en de mogelijkheid om handmatig aan te kunnen sluiten.
“Bij GEA kun je handmatig nog goed bij de koe, mocht dat nodig zijn. Dat vind ik een prettig idee. Daarnaast sprak het spoelsysteem ons erg aan. Sommige andere merken werken met borstels. Dat vond ik persoonlijk een groter risico als het gaat om kruisbesmetting. Bij GEA gebeurt alles in één beker die goed gereinigd kan worden. Dat gaf ons meer vertrouwen in de hygiëne.”
Die combinatie van gebruiksgemak, toegankelijkheid en aandacht voor reiniging gaf uiteindelijk de doorslag.
Snelle opstart
Een veelgestelde vraag onder melkveehouders die nadenken over automatisch melken is hoe snel de koeien eraan wennen. Op het bedrijf in Heeten verliep de overgang soepel, net als op de meeste melkveebedrijven. “Na twee à drie dagen liepen de koeien eigenlijk vanzelf door de robot. Dat ging sneller dan ik had verwacht.” Ook het aantal koeien dat opgehaald moet worden, is inmiddels minimaal. “Eigenlijk hebben we praktisch geen haalkoeien meer. Dat is fijn.”
Anders leren boeren
Toch vraagt de overstap volgens Ruben wel om een andere manier van werken. “Je gaat anders boeren. Zaken als celgetalmonitoring en activiteitsmetingen worden veel belangrijker. Je moet leren vertrouwen op de informatie uit het systeem in plaats van alleen op wat je zelf ziet tijdens het melken.” Een belangrijke bron van informatie hiervoor is het diermanagementsysteem DairyNet van GEA. Dit diermanagementsysteem brengt alle gegevens overzichtelijk, daar is Ruben erg enthousiast over.
“Ik vind DairyNet gebruiksvriendelijk en overzichtelijk. Ook mijn vader kan er goed mee overweg. Je kunt er ontzettend veel mee.” De combinatie van actuele diergegevens, attentielijsten en managementinformatie helpt de familie om snel beslissingen te nemen en het overzicht te bewaren.
Volgende stap: weidegang
Hoewel de melkrobot inmiddels volledig geïntegreerd is in de bedrijfsvoering, staat er nog een volgende stap op de planning: het combineren van automatisch melken met weidegang.
“De bedoeling is dat de koeien straks via de melkrobot naar buiten worden gestuurd. Die doorgang moet nog worden gerealiseerd. Uiteindelijk willen we ook werken met een weidegangpoort, zodat de koeien zelfstandig naar buiten en weer terug naar de stal kunnen. Ik ben benieuwd hoe dat in de praktijk gaat verlopen.”
De juiste keuze
Terugkijkend op het gehele traject is Ruben overtuigd dat de familie de juiste beslissing heeft genomen. “De flexibiliteit die je ervoor terugkrijgt is echt een groot voordeel. Je kunt je dag veel meer indelen zoals het jou uitkomt. Natuurlijk moet je wennen aan een andere manier van werken, maar daar krijg je veel voor terug.” Zijn conclusie is dan ook helder: “Ik zou de GEA melkrobot zeker aanraden.”